12 januari 2012

Verbod op onrechtmatige uitlatingen in de media

Recentelijk (op 5 januari 2012) wees de Rechtbank Amsterdam in kort geding een vonnis in de slepende ruzie tussen componist Rob Bolland en muziekuitgever Willem van Kooten. Inzet van de procedure waren de uitlatingen in de media van Bolland aan het adres van Van Kooten. De rechter diende te beoordelen of die uitlatingen een schending van de eer en goede naam van Van Kooten en zijn ondernemingen (Music B.V. en Nanada Music B.V.) opleverden.

De casus
Nada Music B.V. en Nanada Music B.V. vormen gezamenlijk een muziekuitgeverij en houden zich bezig met de exploitatie, administratie en het beheer van muziekuitgaverechten in binnen- en buitenland. Van Kooten is de directeur van voornoemde vennootschappen.

Bolland is tekstdichter, componist en auteur van muziekwerken, waarvan een groot deel samen met zijn broer (Ferdi Bolland) is gecomponeerd.

Medio 2009 is tussen Van Kooten en Bolland een zakelijk conflict ontstaan ter zake de afrekening van royalty’s op grond van de tussen de gebroeder Bolland en Van Kooten in het verleden gesloten muziekuitgave-overeenkomsten. Nadien hebben partijen diverse malen voor de rechter gestaan en onderhandeld over een minnelijke regeling.

In de periode 2009 tot 14 september 2011 zijn in de verschillende week- en dagbladen publicaties verschenen waarin Bolland zijn ongenoegen uitte over het handelen van Van Kooten (via zijn ondernemingen). Duidelijk was dat Bolland niet tevreden is over de wijze waarop door Van Kooten uitvoering is gegeven aan de tussen partijen in het verleden gesloten muziekuitgave-overeenkomsten en dat hij van mening is dat hij op grond van die overeenkomsten nog een aanzienlijk bedrag van Van Kooten te vorderen heeft.

Samengevat komen de uitlatingen van Bolland er op neer dat Van Kooten Bolland heeft opgelicht en hij zich schuldig maakt aan fraude. Van Kooten is uiteraard niet blij met deze uitlatingen en vordert in kortgeding een verbod op het doen van dit soort uitlatingen.  

Bij de beoordeling overweegt de rechter dat het Van Kooten op zich vrij staat om zijn twijfels over de gang van zaken rond de afrekening van royalty’s door Van Kooten naar buiten te brengen, maar dat er wel grenzen bestaan aan hetgeen Van Kooten behoeft te accepteren.

Het recht
Zoals in alle zaken waarbij het gaat om vermeende onrechtmatige uitlatingen en publicaties overweegt de rechter dat het uitgangspunt is dat dat toewijzing van de vorderingen van Van Kooten een beperking zou inhouden van het in artikel 10 lid 1 van het Europees Verdrag tot Bescherming van de Rechten van de Mens en de Fundamentele Vrijheden (EVRM) neergelegde grondrecht van Bolland op vrijheid van meningsuiting. Dit recht is echter niet onbegrensd. Indien de uitlatingen van Bolland jegens Van Kooten een onrechtmatige daad opleveren, kan een verbod op het doen van de uitlatingen gerechtvaardigd zijn.

Voor het antwoord op de vraag of de uitlatingen onrechtmatig zijn neemt de recher alle omstandigheden van geval in ogenschouw en worden de belangen van zowel Bolland als Van Kooten tegen elkaar afgewogen. De rechter overweegt ten aanzien van het belang Van Bolland dat het hem vrijstaat zich kritisch, vrijelijk en waarschuwend uit te laten over kwesties die in de muziekwereld spelen en hem als componist en auteur van verschillende muziekwerken aangaan. Daar tegenover staat het belang van Van Kooten dat hij niet wordt blootgesteld aan lichtvaardige verdachtmakingen.

De beoordeling
Bolland heeft over zijn uitlatingen verklaard dat ze feitelijk juist zijn en dus door hem mogen worden gedaan. Volgens Bolland kan hij met stukken onderbouwen dat hij als gevolg van de frauduleuze praktijken van Van Kooten thans een aanzienlijke vordering op Van Kooten (althans zijn onderneming) heeft.

De rechter overweegt dat echter (nog) niet vaststaat of het zo is dat Bolland een aanzienlijke vordering aan onbetaald gebleven royalty’s op Van Kooten heeft. Dat geldt al helemaal voor de stelling van Bolland dat Van Kooten zich bij de uitvoering van de muziekuitgave-overeenkomsten schuldig heeft gemaakt aan praktijken die niet door de beugel kunnen en/of zelfs strafbaar zijn, zoals oplichting, valsheid in geschrifte en fraude.

Naar het oordeel van de rechter vinden deze beschuldigingen dan ook onvoldoende steun in de feiten. Het enkele feit dat Bolland de stellige overtuiging heeft dat Van Kooten zich schuldig heeft gemaakt aan onoorbare praktijken is daarvoor onvoldoende, aldus de rechter.

De rechter besluit met de conclusie dat - op het moment van de uitspraak - geen van de door Bolland gedane uitingen steun vindt in het thans beschikbare feitenmateriaal. Daarnaast acht de rechter aannemelijk dat Van Kooten door de uitingen schade lijdt omdat door Bolland een beeld wordt geschetst dat Van Kooten een malafide bedrijf runt, waarbinnen praktijken worden gehanteerd die niet door de beugel kunnen en zelfs strafbaar zijn. De vrees van Van Kooten voor het verliezen van zakelijke contacten is daarmee volgens de rechter gerechtvaardigd. Verder is volgens de rechter sprake van de mogelijkheid van reputatieschade doordat Bolland met zijn ongefundeerde uitlatingen over de slechte financiële positie van het bedrijf van Van Kooten en van Van Kooten in privé, de indruk wekt dat zij niet goed voor hun geld zijn.

De belangenafweging valt volgens de rechter dus in het voordeel van Van Kooten uit. De rechter oordeelt dat onder de gegeven omstandigheden het belang van Van Kooten (en zijn ondernemingen) op bescherming van de goede naam zwaarder weegt dan de vrijheid van meningsuiting van Bolland. Volgens de rechter heeft Bolland met zijn uitlatingen niet de zorgvuldigheid in acht genomen die in het maatschappelijk verkeer wordt vereist zodat hij hiermee onrechtmatig heeft gehandeld jegens Van Kooten en zijn ondernemingen. Een inperking van de vrijheid van meningsuiting van Bolland is op die grond gerechtvaardigd.

De rechter wijst de vordering van Van Kooten toe. Dit houdt in dat Bolland - steeds totdat voor een uitlating voldoende aannemelijk is dat deze steun vindt in de feiten - in de media geen onrechtmatige uitlatingen (in woord en/of geschrift) over Van Kooten en zijn ondernemingen meer mag doen. Dit op straffe van een dwangsom.

De volledige uitspraak vindt u hier.

Informatie
Voor advies over smaad, laster en andere onrechtmatige uitlatingen, neemt u contact op met de meadiarecht advocaten van WiseMen.

Tel. 070 - 381 92 81 | info@wisemen.nl



ARCHIEF

Interesse in onze dienstverlening?

e-mail

sandra@wisemen.nl

sandra@wisemen.nl

of bel

070 - 381.92.81

070 - 381.92.81


© 2011 - WiseMen Advocaten